| Vraag : hoe
oriënteer je een zonnepaneel optimaal? |
Lees eerst: “Hoe kan je je zonnepaneel oriënteren?”
Zonnecellen met een vaste
oriëntatie vangen voortdurend verschillende energiedichtheden
op, wegens de dagelijkse en jaarlijkse beweging van de zon aan de
hemel. Indien we het gemiddelde nemen over dag en nacht, en over winter
en zomer gedurende een jaar, dan vinden we de gemiddelde inval.
Zonnepanelen zijn optimaal
georiënteerd:
1) voor de directe zonnestraling:
Het paneel moet gericht zijn naar het zuiden (dus azimut
A=180°).
De helling van de zonnecellen n (dus meestal van het dak) zal een
compromishoek zijn tussen “b-e” en
“b+e” met b de geografische breedte van de plaats
waar je je zonnepaneel installeert (bvb voor Vlaanderen: b=51°)
en e de ecliptica (= 23,5 °).
Uit berekeningen blijkt dat voor België / Nederland de
optimale helling n=37° is (voor de directe zonnestraling(!) ).
De bijdrage van het directe licht tot de gemiddelde inval voor een
optimaal georiënteerd paneel bedraagt 59 W/m² voor
onze contreien.
2) voor de diffuse zonnestraling:
Het zonnepaneel is het best gericht naar de ganse hemelkoepel, d.w.z.
het ligt horizontaal neer. (dus n=0°, en A doet er niet toe).
De maximale bijdrage van het diffuus licht voor een ideaal
georiënteerd zonnepaneel bedraagt 67 W/m² voor onze
streek.
3) voor alle licht
In een Belgisch / Nederlands klimaat is de bijdrage van de directe en
diffuse zonnestraling ongeveer even belangrijk, dus de ideale
oriëntatie is een compromis tussen 1) en 2).
Voor een breedte van bvb. 51° (Vlaanderen) is dit:
A=180° (= naar het zuiden gericht)
n=35° (=helling dak)
Gemiddeld valt er dan 123 W/m² (=58 W/m² direct + 66
W/m² diffuus) in (gemiddeld over dag en nacht, winter en
zomer).
Lees verder: “Hoe erg is het als mijn zonnepaneel niet
ideaal is georiënteerd?”
| Antwoord:
naar het zuiden, 35° geheld met het aardoppervlak
|
|